6 november 2019

Rural Women’s Assembly: Het gaat om hun levensonderhoud maar van wie is het land?

Wist je dat meer dan 30% van de vrouwen in de landbouw werkt, maar dat minder dan 13% het land bezit? Dat betekent dat vrouwen wereldwijd verantwoordelijk zijn voor de voedselproductie voor hun families en gemeenschappen, maar aan het eind van de dag hebben ze niets te zeggen over het land waar ze op werken. Hier zie je hoe onze grantee-partners Rural Women’s Assembly in Zuid-Afrika dit proberen te veranderen.

Een regio in crisis

Afhankelijk van hoe oud je toen was, herinner je je misschien nog wat later bekend kwam te staan als de Wereldvoedselcrisis. In 2007 en gedurende de eerste helft van 2008 stegen de voedselprijzen wereldwijd enorm, wat zorgde voor economische instabiliteit en sociale onrust. Maar in zuidelijk Afrika vond nog een andere crisis plaats: HIV/AIDS.

“Er waren behoorlijk wat voedselrellen in de regio,” herinnert Mercia Andrews, regionale coördinator voor zuidelijk Afrika van de RWA, zich. “Maar voor ons in zuidelijk Afrika was er nog een andere pandemie waar we als vrouwen mee worstelden en dat was die van HIV/AIDS.”

Destijds werkte Mercia bij de Trust for Community Outreach and Education, een netwerk dat zich sterk maakt voor de landrechten van mannen en vrouwen op het platteland. (Ze is nu co-directeur samen met Lungisa Huna). “We besloten dat we ons moesten organiseren. Dus hebben we boerenverenigingen en vrouwengroeperingen uit zuidelijk Afrika uitgenodigd om met elkaar te komen praten over de feiten en problemen waar we in de hele regio mee te maken hebben, dat wil zeggen, zelfs met de nationale grenzen is zuidelijk Afrika één gebied en we moeten er samen leven. De HIV/AIDS-pandemie was een regionale crisis en dit is één van de armste gebieden in Afrika en wereldwijd en daarom moesten we zien hoe we een feministische solidariteit konden bouwen, een manier van samen delen, denken en doen.” 

“We moesten zien hoe we een feministische solidariteit konden bouwen, een manier van samen delen, denken en doen.”


Mensen kwamen in karavanen vanuit heel zuidelijk Afrika toegestroomd om de bijeenkomst bij te wonen en tegen het einde van de eerste dag was duidelijk dat ze iets creëerden dat veel langer zou voortbestaan dan de bijeenkomst zelf. En daarom hebben ze het een naam gegeven: Rural Women’s Assembly. 

Vechten voor landrechten onder het patriarchiaat

Vandaag de dag is de Rural Women’s Assembly (RWA) actief in negen landen in heel zuidelijk Afrika (Lesotho, Namibië, Malawi, Mauritius, Mozambique, Zuid-Afrika, Swaziland, Zambia en Zimbabwe), waarmee ze een veerkrachtig netwerk vormen dat vrouwen op het platteland steunt die gedeelde natuurlijke bronnen verdedigen en voor hun landrechten vechten.  En nu de klimaatcrisis escaleert, wordt hun werk steeds belangrijker.

Dit werk begint met het land. Land vertaalt zich in levensonderhoud; het is de meest fundamentele bron van onze eerste levensbehoefte. Nu wordt land dat eerst als openbaar en publiek eigendom werd beschouwd,  steeds verder geprivatiseerd, zodat degenen met geld land kunnen kopen -meestal zijn dit de mannen. Hoewel het meeste land in zuidelijk Afrika staatseigendom blijft, wordt dit land beheerd door traditionele wetten die mannen autoriteit geven, zodat mannen ook tot dit land met voorrang toegang krijgen ten opzichte van vrouwen. “Als natuurlijke hulpbron zou land een gemeenschappelijk bezit moeten zijn dat voor iedereen toegankelijk is, maar vooral voor vrouwen, die vaak de voedselproducenten zijn en de zorgers thuis,” zegt Mercia. “In veel gevallen gaan de mannen uit de plattelandsgebieden werken in de stad, vooral in de mijnen, en de vrouwen zijn degenen die achterblijven, die voor de familie moeten zorgen en eten moeten regelen.” Wanneer mannen achterblijven in plattelandsgebieden, zorgen ze eerder voor het vee dan voor de gewassen. Mercia: “Als je een koe hebt kun je die verkopen en je kunt best veel krijgen voor één koe. Maar om hetzelfde bedrag te verdienen moeten vrouwen vaak veel groenten verbouwen.” Dat is waar zich een fundamentele tegenstelling voordoet: vrouwen dragen significant bij aan de economie maar verdienen minder dan mannen (wat hun financiële onafhankelijkheid beperkt). En nog fundamenteler, ze hebben geen toegang tot wat algemeen toegankelijke bronnen zouden moeten zijn.

Dit is een van de zaken die RWA probeert te veranderen, door samen te werken om te zorgen dat de stemmen van vrouwen op het platteland deel uitmaken van het publieke debat. “In Zuid-Afrika worden wetten voorbereid over traditioneel leiderschap en traditionele rechtbanken. We hebben bezwaar aangetekend tegen de Traditionele Leiderschap en Khoisan-wet uitgedaagd. Onze leden hebben deelgenomen aan platforms en podia waar ze over dit probleem spraken. Ze hebben hun stem duidelijk laten horen om te zorgen dat rekening wordt gehouden met de problemen die vrouwen bezig houden, vooral vrouwen op het platteland.”

Zaden om te overleven

Het begint met land, maar daar eindigt het niet. “We hebben alle problemen aangepakt rond het levensonderhoud van vrouwen op het platteland,” zegt Lungisa. “De kwestie van land staat er centraal in maar dat geldt ook voor traditionele zaden. Want dat bepaalt voedselsoevereiniteit, het vermogen van mensen om zichzelf van voedsel te voorzien.”

En nu de klimaatcrisis steeds urgenter wordt (zuidelijk Afrika maakte recentelijk de ergste droogte door in duizend jaar) wordt ook het behoud van inheemse zaden urgenter. Mercia: “We zien dat vrouwen degenen zijn die traditionele zaden bewaren en zaadbanken aanleggen; zij zijn degenen die landbouwpraktijken kunnen voortzetten in tijden van klimaatcrisis, in tijden van droogte. Zij zullen op het zaad voor de toekomst passen.”

“Multinationale landbouwbedrijven verdringen de zaden van kleine boeren en inheemse zaden zodat ze die van hen kunnen verkopen.”


Multinationale landbouwbedrijven zoals Monsanto, berucht om de genetisch gemanipuleerde zaden die ze over de hele wereld introduceren, bedreigen de inheemse biodiversiteit. “Ze verdringen de zaden van kleine boeren en inheemse zaden zodat ze die van hen kunnen verkopen,” legt Lungisa uit. Deze uitbuitende aanpak van buitenlandse belangen is helaas niet nieuw en wordt zelfs mogelijk gemaakt door traditionele autoriteiten. Neem bijvoorbeeld mijnbouwbedrijven: “Het beleid is kom binnen, graaf op en verzend,” zegt Mercia.

Deze uitbuiting is een van de factoren in wijdverspreide voedselonveiligheid, die op zijn beurt “het verhaal heeft geschapen dat Afrika zichzelf niet kan voeden,” zegt Mercia. En toen was daar de Groene Revolutie.

Mercia: “De Groene Revolutie is een combinatie van strategieën die zegt dat als je deze zaden plant en dit pakket kunstmest en pesticiden gebruikt, je voedsel sneller zal groeien. En als je tractoren hebt, kun je je landbouw mechaniseren zodat je veel meer produceert. In feite valt deze aanpak de voedselsystemen aan en vernietigt het dat wat mensen eerst verbouwden. Nu verbouwen we maïs en exporteren gewassen in plaats van voedselgewassen voor thuis. Het draagt sterk bij aan het gebruik van de GMO’s, het zorgt voor schulden, het leidt tot een onhoudbare situatie.”

Maar de Rural Women’s Assembly werkt tegen deze trends. Lungisa: “We kijken naar alternatieven die het probleem van het voedselsysteem holistisch benaderen, die overproductie en voedselverspilling voorkomen. We kijken naar ecologische maatregelen die moeten worden getroffen en proberen nieuwe denk- en handelswijzen te brengen en ideëen te delen over hoe we met een crisis zoals deze om moeten gaan.”

“We leven in een tijd van klimaatcrisis en daarom is het nodig snel te handelen; en vrouwen op het platteland zijn degene die hier het meeste last van hebben,” gaat ze verder. “Daarom steunen we het idee van traditionele zaden: hoe zaden kunnen worden hersteld en gevoed, opgeslagen en onze eigen zaden kunnen worden gered, en hoe we ander manieren kunnen vinden om met organische compost te werken en methoden om voedsel te verbouwen die minder water nodig hebben. We moeten af van de commerciële manier van voedselproductie die niet duurzaam is, lokale markten organiseren en bewustzijn creëren voor het belang van bomen. In veel plattelandsgebieden worden bomen omgehakt en is ontbossing echt een probleem.”  

Geest van verzet

Het lijkt te werken. “Er is een sterk verzet dat vrouwen in ons netwerk bij zich dragen waar ze ook gaan,” zegt Mercia. Ze bedoelt dat letterlijk: “Ze nemen inheemse zaden mee en delen die uit ondanks dat er grensbeperkingen zijn voor reizen met landbouwproducten. Maar de vrouwen nemen ze mee.”

“We hebben laatst enkele jonge boeren uit Zambia en Zimbabwe naar Mauritius gestuurd voor een ecologieschool waar we aan deelnemen en ze vertelden ons: ‘We hebben onze zaden meegenomen en we organiseerden een tenstoonstelling omdat we hen willen laten zien hoe Afrikaanse zaden eruitzien, onze biodiversiteit.’ Dit spirituele verzet is iets waar ze sterk in geloven. Als multinationale zaadbedrijven hun zaden over de hele wereld kunnen sturen, waarom kunnen wij lokale zaden dan niet promoten?”

“De toekomst ligt in de handen van jongere vrouwen en de houdbaarheid van deze beweging hangt af van intergenerationele relaties.”


RWA heeft dit bewustzijn gekweekt bij vrouwen van het platteland via programma’s zoals hun jaarlijkse Feministenschool. “De Feministenschool gaat over het kweken van bewustzijn, het begrijpen van het patriarchiaat en de overlapping tussen patriarchiaat, kapitalisme en klimaatverandering,” zegt Mercia. Het is een intergenerationele ruimte, met 50/50 deelname van oudere en jongere vrouwen. “De toekomst ligt in de handen van jongere vrouwen en de houdbaarheid van deze beweging hangt af van intergenerationele relaties en gebruiken: de inbreng van nieuwe kennis, maar ook leren van de eerdere ervaringen van anderen.”

RWA neemt ook deel aan belangrijke politieke bijeenkomsten, zoals vergaderingen met staatshoofden, landbouwcommissies en COP, en ze nemen deel aan het organiseren van volksbijeenkomsten zoals een recentelijke bevolkingsstop. Ze leggen persverklaringen af en gaan met de media in gesprek om de rechten van vrouwen op het platteland op de agenda te zetten en te houden in het publieke debat. Een aantal van hun leden is verkozen voor lokale ambten, waarbij ze de zorgen en eisen van vrouwen van het platteland verdedigen. 

Maar wanneer men vraagt waar ze het meest trots op zijn, is dat simpelweg het feit dat ze na tien jaar werk nog steeds een grassroots-organisatie zijn. “We zijn niet georganiseerd zoals een traditionele NGO met veel geld en een kantoor. Ik denk niet dat we dat willen,” zegt Lungisa. “We willen dat dit een toegankelijke volksbeweging blijft. We zouden eerder investeren in het opbouwen van vrouwelijk leiderschap voor de beweging, verbonden met fundamentele problemen die vrouwen beïnvloeden. Het feit dat dit een beweging is voor gewone boerinnen die wordt gedreven door de boerinnen zelf, dat mag gevierd worden.”

En de steun van Mama Cash is een deel van wat hen in staat heeft gesteld om niet zelf een NGO te worden. Lungisa: “De steun van Mama Cash heeft ervoor gezorgd dat RWA op meer plekken aanwezig kan zijn, meer dorpen kan benaderen en meer vrouwen op het platteland kan bereiken, om onze stem te versterken. We beginnen een verandering te zien op het vlak van de paradigma’s. We beginnen vooruitgang te maken.”

Wil jij de klimaatrechtvaardigheid beweging steunen? Ja, ik wil een donatie doen