28 september 2018

Het verhaal van Georgina Orellano

Niemand mocht weten hoe ik mijn geld verdiende 

 

Ik ben Georgina Orellano, 31 jaar. Op mijn 19e begon ik als sekswerker. Niet veel later leerde ik AMMAR kennen, een organisatie in Buenos Aires die steunt krijgt van Mama Cash. De mensen van AMMAR deelden vaak condooms uit op de plaats waar ik aan het werk was. Ze vertelden ons over onze rechten.

In die tijd schaamde ik me erg voor wat ik deed. Daarom wilde ik toen niet eens een foldertje van ze aannemen. Ik voelde me niet geroepen om me aan te sluiten. Ik wilde helemaal geen deel uit maken van een collectief. Niemand mocht weten wat voor werk ik deed.

Toen ik een kind kreeg, stopte ik een tijdje met werken. Op mijn 25ste keerde ik weer terug in het vak en kreeg ik meer contact met de andere collega's. De meeste problemen die ik had (het alleenstaand moederschap, het betalen van de huur, het leiden van een dubbelleven tegenover mijn familie...) bleken problemen die wij allemaal hadden.

Samen bedachten we oplossingen om elkaar te steunen: we vertelden elkaar met welke klanten we meegingen, we spraken af dat we niet voor klanten zouden werken die zich niet aan onze voorwaarden hielden en we zorgden ervoor dat we nooit in ons eentje op straat stonden.

Kort daarop kregen we problemen met een gewelddadige klant die onze voorwaarden aan zijn laars lapte. Omdat hij voorzitter was van de buurtvereniging, probeerde hij het bestuur zover te krijgen dat het ons uit de wijk zou zetten. Dat was zijn manier om wraak te nemen voor het feit dat wij hem weigerden. 

Hij nam zelfs contact op met de politiecommissaris van het gebied. In die tijd moesten we een deel van onze verdiensten afdragen aan plaatselijke politieagenten om op straat te mogen werken. Het had dus weinig zin voor ons om naar de politie te gaan en aangifte te doen tegen deze klant.

Bovendien hadden we geen van allen aan onze families verteld dat we ons geld verdienden als sekswerker. We dachten dat ze ons de schuld zouden geven en zouden zeggen dat we er zelf om hadden gevraagd.

 

Onze bron van inkomsten, waarmee wij onze kinderen onderhielden, kwam in gevaar.



Toen onze bron van inkomsten in gevaar kwam, dachten we meteen aan AMMAR: die organisatie die ons altijd opzocht op straat om condooms uit te delen en ons folders aanbood die we niet wilden aannemen. 

AMMAR deed aangifte van discriminatie door de buurtbewoners en van het geweld dat de voorzitter van de buurtvereniging tegen ons gebruikte omdat wij ons niet wilden onderwerpen aan zijn oneerlijke voorwaarden.

Toen het probleem was aangepakt en we in de buurt konden blijven werken, beseften we dat we er niet alleen voor stonden. We konden rekenen op AMMAR. We hebben AMMAR nooit uit hoeven leggen wie wij waren en wat wij deden. Bij AMMAR werkten vrouwen zoals wij en we voelden ons met hen verbonden. Er waren werkelijk mensen die ons steunden.

Vanaf dat moment gingen we steeds vaker naar AMMAR. We waren verbaasd dat de organisatie niet alleen werkte, maar aangesloten was bij een vakcentrale, met vakbonden van leraren, beveiligingsmedewerkers en verzorgers. Als we binnenkwamen bij AMMAR, werden we verwelkomd als gelijken en nooit gediscrimineerd. Was de maatschappij ook maar zo, dachten we. We voelden ons gesterkt door de gedachte dat er ook mensen waren die niet aan ons twijfelden, ons niet stigmatiseerden of afwezen.

De mensen van AMMAR vertelden ons dat ons werk niet strafbaar was, dat we op verantwoorde wijze gebruik mochten maken van de openbare ruimte en dat niemand ons kon dwingen te betalen om te mogen werken. We waren boos. De politie had misbruik gemaakt van ons gebrek aan kennis over onze rechten. Het eerste wat we deden was de straat opgaan en de andere sekswerkers vertellen dat ze de politie niets hoefden te betalen, omdat hun werk niet strafbaar was.

Door het leren kennen van onze rechten, werden we ons bewust van onze klasse: we werken allemaal uit economische nood in een kapitalistisch systeem dat ons lichaam als object ziet. Dat geldt net zo goed voor andere vrouwelijke arbeiders met vergelijkbare problemen.

De discriminatie die wij ervoeren, vond niet plaats alleen omdat we sekswerkers waren, maar ook omdat we in een vrouwenlichaam waren geboren in een machomaatschappij. We voelden ons bevrijd van ons schuldgevoel: dit overkomt dus niet alleen ons, maar een hele groep vrouwen.

Gestimuleerd door de positieve ervaring die we met de vakbond hadden, besloten we voor het eerst deel te nemen aan de Nationale Vrouwenbijeenkomsten, die dat jaar op zes uur reizen van Buenos Aires werden gehouden!

 

Onze eerste Nationale Vrouwenbijeenkomst

 

Ik kan niet beschrijven hoe verbonden ik mij voelde toen ik al die vrouwen zag met spandoeken, met daarop teksten als “stop bedreigingen op het werk”, “we eisen onze rechten op” en “nee tegen gendergeweld”.

Maar toen we bij de Vrouwenbijeenkomst naar binnen gingen en ik tijdens de eerste workshop voor de derde keer in mijn leven durfde te vertellen dat ik sekswerker was, stonden er opeens vrouwen op. Ze zeiden dat wat ik deed geen werk was, maar dat ik in dienst was van het patriarchaat.

Op dat moment kende ik het woord patriarchaat nog niet eens. We voelden ons afgewezen en keerden ontgoocheld terug naar huis, vastbesloten om nooit meer naar zo'n vrouwenbijeenkomst te gaan.

Door deze ervaring waren we er lange tijd van overtuigd dat feministen niets van ons moesten hebben en dat zij, net als de veiligheidsdiensten, onze vijanden waren.

Op een dag bezocht een aantal studentes AMMAR omdat ze een proefschrift wilden schrijven over sekswerk.

We probeerden hen eerst te ontwijken, omdat we bang waren dat ze informatie uit ons los wilden krijgen om ons vervolgens als studievoorwerp te gebruiken. Dat ze ons niet zouden zien als mensen met rechten. We waren niet bereid om de deuren van onze levens te openen en het risico te lopen dat zij daarna misbruik zouden maken van onze verhalen zonder op te komen voor onze zaak.

Maar toen spraken we iemand van de vakcentrale en realiseerden ons dat die studentes toekomstige journalistes, antropologen en sociologen waren die een andere kijk op ons werk konden ontwikkelen en deze nieuwe kijk naderhand in hun werk met andere mensen konden delen.

Tegen de groep antropologiestudenten, die toevallig feministisch waren, zeiden we dat wij ons verhaal zouden vertellen als zij ons, in ruil daarvoor, les zouden geven in de geschiedenis en de terminologie van het feminisme.

Door hen ontdekten we dat er niet één feminisme is, maar dat er meerdere vormen van feminisme bestaan. Dat in ons land helaas het abolitionistische feminisme dat het sekswerk afkeurt, overheerst, maar dat dat niet betekent dat er geen andere vorm van feminisme is die onze strijd wel steunt. We leerden over het patriarchaat, de gelijkheid en de tegenstrijdigheden binnen het feminisme zelf.

Door die lessen kregen we zin om weer naar de Vrouwenbijeenkomsten te gaan, maar deze keer gewapend met dezelfde terminologie als de vrouwen daar. Een van de antropologiestudenten ging met ons mee.

 

Alleen wat gefluister hier en daar

 

We waren vastbesloten om onze stem te laten horen bij deze Vrouwenontmoeting. Nu zouden we hun eigen terminologie gebruiken.

Toen we voor het eerst een praatje hielden om uit te leggen dat niet al het sekswerk vrouwenhandel is, dat er een grote verscheidenheid aan verhalen is en dat sekswerk een hele brede markt behelst, viel iedereen in stilte.

Je hoorde alleen wat gefluister hier een daar.

We begrepen niet waarom er zo'n lange stilte viel. Verward vroegen we dat aan de antropologiestudente. Zij legde ons uit dat de andere vrouwen verbaasd waren, omdat wij, het onderwerp van hun presentaties, ineens zelf begonnen te praten. Veel vrouwen dachten dat we onderdanig waren, slachtoffers, en dat we andere mensen nodig hadden om namens ons te spreken.

We waren boos. Zij onderschatten ons! Sommige vrouwen probeerden ons op agressieve wijze weg te sturen. We boden tegenstand met onze argumenten, en waren telkens in staat om met gezond verstand, vriendelijkheid en geduld, uit te leggen waarom we voor het sekswerk hadden gekozen.

Sindsdien bezoeken we alle plaatsen waar men ons stigmatiseert. Westeken keer op keer onze hand op en vertellen ons verhaal

Het is heel erg om een uur lang te moeten luisteren naar allerlei onwaarheden die ze over ons zeggen. En er wordt met geen woord gerept over het institutionele geweld, de druk van de politie en het stigma dat dit soort toespraken oproept. Ik vertel het iedereen heel duidelijk: de manier waarop je over ons praat, is precies wat het voor velen van ons moeilijk maakt om aan onze familie te vertellen wie wij zijn en wat ons dwingt om onze gezichten te bedekken als we demonstreren.

Soms wordt ons de toegang tot dit soort bijeenkomsten ontzegd, maar we nemen gewoon een luidspreker mee en organiseren ons dan buiten, bij de deur. De meeste mensen komen dan naar buiten, omdat ze het natuurlijk interessanter vinden om naar ons te luisteren, dan naar iemand die over ons praat aan de hand van een grafiek en ons verder niets gevraagd heeft. 

Ik denk dat het gerechtvaardigd is dat er vrouwen zijn die geen sekswerk willen doen en de overheid om ander werk vragen, maar onze strijd is ook gerechtvaardigd: wij zijn vrouwen die voor sekswerk kiezen en die toegang willen tot rechten zonder strafmaatregelen die ons nog verder in de clandestiniteit dwingen. 

Georgina is tegenwoordig algemeen directeur van AMMAR. Nu gaat zij zelf de straat op om condooms en folders uit te delen aan sekswerkers die net zijn begonnen. Zo wil ze hen eraan herinneren dat ze er niet alleen voor staan en dat zij, in geval van nood, kunnen terugvallen op AMMAR.

 

Bekijk de in het Engels ondertitelde TED talk van Georgina, waarin zij vertelt waarom ze voor het sekswerk heeft gekozen:
 

 

Als je denkt dat meer mensen in Georgina's verhaal geïnteresseerd zijn, deel het dan nu: 
 

Deel dit artikel