14 september 2017

Feminisme in oorlogstijd

Vrijheid, gelijkheid – o ja?

Naarmate vrouwen zich wereldwijd verder emanciperen, neemt ook het geweld tegen hen toe. Maar steeds meer komen ze in het geweer. Een Russische, Indiase en Egyptische activiste over de strijd op straat en tegen de staat.

Mounir Samuel interviewde drie door Mama Cash gesteunde activistes voor de Groene Amsterdammer. Dit artikel werd al eerder in de Groene Amsterdammer gepubliceerd. 

Tegelijk met de wereldwijde emancipatie van de vrouw neemt ook het geweld tegen haar toe. Uitgebuit. Tot (seks)slaaf gemaakt. Opgesloten. Verkracht en betast. Verbaal geïntimideerd. In het licht van de onvermijdelijke verandering slaat de man terug met de laatste middelen die hem nog resten: wapens van vlees en van staal. In het afgelopen decennium zag de wereld een epidemie van seksueel geweld tegen vrouwen.

Met de razendsnelle publieke en ook politieke opkomst van de vrouw (vooral in niet-westerse samenlevingen) en de ongekende sociale emancipatie (vooral van niet-westerse vrouwen in westerse landen) is er een nieuw maatschappelijk equilibrium aan het ontstaan. Nooit eerder waren vrouwen in het hoger onderwijs zo oververtegenwoordigd (met een ultiem record in Iran waar de verhouding man-vrouw nu zelfs voorbij één tegen drie is). Nooit eerder waren vrouwen in zoveel landen de kostwinner (zoals in Egypte waar in de laagste sociale klassen zestig procent van de broodwinners vrouw is). Nooit eerder waren zoveel jonge meisjes verantwoordelijk voor de verzorging en het onderhoud van niet alleen hun ouders en broers en zussen, maar ook van de grotere familie als geheel, en dat met beroepen als agent, soldaat of professioneel voetballer. De enorme sociale verschuiving brengt ongekende spanningen met zich mee. Verward en in veel gevallen ontmand grijpen jongens en mannen naar fysiek en seksueel overwicht.

De specifiek tegen vrouwen en LGBTQ’ers gerichte geweldsepidemie kent grens noch regio, zo blijkt ook na lezing van het journalistieke magnum opus De oorlog tegen vrouwen en de moed om terug te vechten van Sue Lloyd-Roberts. Als tv-verslaggever voor de BBC reisde zij, vaak undercover, dertig jaar over de wereld en tekende een pijnlijk, aangrijpend overzicht op van de staat van de vrouw. Hoe is het mogelijk, zo vraagt ze zich af, dat vrouwen, die meer dan de helft van de wereldbevolking uitmaken, in de 21ste eeuw nog altijd campagne moeten voeren voor een eerlijke en menselijke behandeling?

Op de openingspagina’s van haar boek schrijft ze dat God duidelijk geen feminist is. De religieuze en mannelijke dominantie is, niet in het minst door een mannelijk godsbeeld, inderdaad al duizenden jaren voedingsbodem voor hardnekkige patriarchale machtsstructuren. Toch zou ik niet zozeer religie of ‘achtergebleven’ cultuur willen opvoeren als kernoorzaak van de extreme toename van seksueel geweld in bijvoorbeeld Egypte of India, maar de snelle opmars van de vrouw en haar pogingen om nu juist ook meester te worden van de staat en de straat. Religie is daarbij slechts een handig middel, net zoals nationalisme, militarisme, fascisme en andere snel opkomende uitsluitende ideologieën en denkbeelden dat zijn.

De opmars van de vrouw en haar onwil zich nog langer aan de man te onderwerpen lijken de echte oorzaken van massa-aanrandingen in Egypte, van de gewelddadige gang rapes van jonge vrouwelijke studenten en arbeiders in India, van de systematische aanvallen en verkrachtingen van lesbiennes in Zuid-Afrikaanse townships, van het drogeren en verkrachten van studentes op Amerikaanse universiteiten, van de sociale dwang tot seks op jonge tienermeisjes in Groot-Brittannië waardoor de meerderheid haar eerste seksuele ervaring onvrijwillig opdoet, van het excessieve sekstoerisme naar bestemmingen waar de vrouw vooral onderdanig en dienstbaar is, of van de reductie van vrouwen tot plat lustobject wier verkrachting op sociale media wordt verheerlijkt. De lijst is lang en wordt na lezing van Lloyd-Roberts’ boek alleen maar langer.

En alles wordt nog eens fijntjes gelegitimeerd door de befaamde woorden van de machtigste man op aarde: The Donald met zijn ‘grab them by the pussy’-kleedkamerretoriek. Ook zijn uitspraak is slechts symptomatisch voor deze tijd.

‘Pussy grabs back’ luidde een van de meest gescandeerde slogans tijdens de wereldwijde Women’s March on Washington op 21 januari als verzet tegen Trumps aantreden. Het beruchte F-woord (feminisme), tot voor kort gewraakter dan dat andere befaamde F-woord met een sterretje, verandert gestaag van scheldwoord in een trotse geuzenterm. Met het geweld neemt ook het activisme toe. Nieuwe generaties zijn wars van de afkeer van de zure thee drinkende eerste en tweede feministische golf en nemen trots de titel feminist aan. Het feminisme in 2017 is niet langer een wit elite-verschijnsel, maar ontvouwt zich tot een breed gedragen mondiale beweging.

Feministen en seksuele minderheidsgroepen slaan vrijwel in ieder land de handen ineen en vormen steeds vaker de ruggengraat van de burgerbeweging. Deze activisten vechten echter niet alleen tegen gender-gerelateerd geweld en mannelijke dominantie, maar ook tegen de staat die zich in steeds meer gevallen ontpopt tot een heel grote, boze heteroman.

Oprukkend militarisme, nationalisme, economische recessie en religieus extremisme zetten in steeds meer landen de democratische veerkracht onder druk. In veel niet-westerse en meer autoritaire staten zoals Rusland was de zogeheten civil society al geruime tijd bekneld geraakt. In een groeiend aantal landen heeft een golf van nieuwe wetten en beleidsartikelen de beweegruimte van ngo’s, actiegroepen en belangenorganisaties verder ingeperkt. Ook is het in steeds meer landen, zoals Egypte, moeilijk, zo niet onmogelijk om (buitenlandse) fondsen te werven of van buitenaf financiële hulp te ontvangen. Feministische actiegroepen en organisaties die zich voornamelijk richten op vrouwen, seksuele minderheden en trans-rechten ondervinden zo druk vanuit de staat en de maatschappij.

‘Door deze wet aan te nemen sluit Rusland zich volledig af van de geciviliseerde wereld. Dit is een demonische actie’

Tegelijkertijd zijn juist deze organisaties gewend om met minimale financiële middelen zelfstandig te opereren en creatief en innovatief met de beperkingen om te gaan. In het trumpiaanse tijdperk, waarin nationalistische leiders als Erdogan, Poetin en al-Sisi aantonen hoe in naam van veiligheid en terreurdreiging de pijlers van democratie en burgermaatschappij steeds verder kunnen worden uitgehold, zijn dit de activisten die niet alleen het meest te verliezen, maar vooral het meest te winnen hebben.

Het was reden voor Mama Cash en het Urgent Action Fund om in samenwerking met een groep activisten uit de hele wereld het rapport Standing Firm: Women- and Trans-Led Organisations Respond to Closing Space for Civil Society uit te brengen. Het rapport verhaalt niet alleen van de wereldwijde krimp van het maatschappelijk middenveld, maar ook van de uitdagingen en vechtlust van activistische groeperingen om daar tegenin te gaan. Ik krijg de kans drie prominente activisten uit respectievelijk Rusland, India en Egypte te spreken die ieder meewerkten aan het rapport en die dagelijks geconfronteerd worden met de dubbele strijd met de straat en de staat. Na lang aarzelen stemmen ze in en geven me een pijnlijke schets van hoe de groeiende klauwen van vijandige overheden hen steeds meer de keel afknijpen.

‘Dit is een heel moeilijke tijd. Na de winst die we in de jaren negentig behaalden, worden er nu grote stappen terug gezet. Democratie? We maken ons eerder druk om onze primaire veiligheid!’ Er klinkt een harde klap op tafel. Het beeld knippert even. De tolk in Londen – als derde persoon verbonden in de Skype-conference call – kucht. Ivanna, die mij vanuit haar kantoor in Sint-Petersburg te woord staat, kijkt recht de camera in. ‘Dit gaat om mijn kinderen, om mijn kleinkinderen en hun toekomst. We moeten nu opstaan en gezamenlijk optrekken om onze veiligheid te verzekeren.’

De Russische activiste is die ochtend net uit het ziekenhuis ontslagen na een operatie vanwege een acute blindedarmontsteking. Van haar ziekbed valt niets te merken. Zelfs door de krakerige verbinding heen is de vechtlust van deze vrouw imponerend – zo niet licht intimiderend.

Directe aanleiding voor de hoog oplopende emoties is de beslissing van het Russische parlement, de Doema, huiselijk geweld deels uit het wetboek van strafrecht te schrappen. En dat terwijl huiselijk geweld een enorm probleem is in Rusland. Jaarlijks zouden er in de federatie minstens twaalfduizend slachtoffers aan hun verwondingen overlijden – volgens de conservatieve schattingen. ‘Geen data kunnen de werkelijkheid benaderen’, zegt Ivanna. ‘De media kunnen alleen opereren met officiële cijfers, maar naar mijn mening zouden ze met drie, vier, vijf of misschien wel negen moeten worden vermenigvuldigd. De meeste vrouwelijke slachtoffers zijn bang om huiselijk geweld aan te geven, omdat de staat hun geen veiligheid of opvang biedt. Ook is het psychologisch gezien moeilijk om in verweer te komen omdat slachtoffer en dader een koppel zijn; ze leven samen, dus bevinden ze zich in een complexe cyclus waar het slachtoffer niet zomaar uit kan breken.’

Ik vraag wat het belang van de Russische overheid is om een dergelijk misdrijf te decriminaliseren.

‘Vraag het Vladimir Poetin! Diezelfde gewelddadige vriendjes en handtastelijke echtgenoten zitten natuurlijk ook in kabinet en parlement. Ik kan de hele discussie niet geloven. Door deze wet aan te nemen sluit Rusland zich volledig af van de geciviliseerde wereld. Dit is een regelrechte demonische actie (slaat hard met de vuist op tafel). De machthebbers weten dat het makkelijker is om de massa te controleren wanneer ze geen enkele rechten heeft. Daarbij plaatst deze wetswijziging vrouwen in een positie van zwakte. De enige manier waarop ik dit kan begrijpen is dat de machthebbers door hebben dat ze slechts kort zullen regeren en daarom zo snel mogelijk proberen hun positie te consolideren.’

Het is eenzelfde conclusie als die Lloyd-Roberts trekt. Geweld tegen vrouwen en meisjes is niet individueel, maar politiek. Wie immers zijn primaire basisbehoefte van veiligheid niet kan verzekeren (en psychologisch gebroken is) leeft in een voortdurende staat van overleven, waardoor er van zelfontplooiing (of democratische idealen) weinig terechtkomt.

‘De wetswijziging doet me denken aan de nazi’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog vrouwen in Leningrad volledig naakt op straat zetten. Deze actie is nazistisch’, vervolgt Ivanna scherp. ‘De machthebbers proberen ons in de hoek te drukken, maar vrouwen zijn niet het zwakke geslacht. Er is een groeiende wereldwijde beweging tegen vrouwen – vanuit de overheid, media en georganiseerde religie – als reactie op vrouwen die massaal opstaan en zeggen: dit is mijn land, mijn leven, en dit zijn mijn kinderen die ik grootbreng in deze wereld. De verandering is onvermijdelijk, maar de tegenwerking is groot.’

‘Het kastesysteem brengt twee dingen: privilege en pijn. Wij zijn degenen die de pijn voelen’

De echte naam en achtergrond van Ivanna kunnen om veiligheidsredenen niet worden genoemd, maar ze stelt zichzelf graag als volgt voor: ‘Ik ben 52 jaar oud. Ik heb twee dochters, een van 32 en een van 29, en twee kleinkinderen. Ik ben twee keer getrouwd geweest en heb twee masterdiploma’s. Ik werkte als basisschoollerares en toen als sekswerker en dat laatste was mijn vrijwillige keuze.’

De activiste runt een opmerkelijke ngo: een belangenorganisatie die ijvert voor legalisering van sekswerk en voor de veiligheid, gezondheid en economische positie van de drie miljoen sekswerkers binnen de Russische federatie (vrouwen, mannen en transgenders van alle kleur en afkomst). Ze strijden tegen overheidsinmenging en corruptie, georganiseerde misdaad, fysiek geweld en uitbuiting door klanten. En dan zijn er de medische problemen. Volgens Ivanna zijn alleen al in Sint-Petersburg tussen de 45.000 en 70.000 sekswerkers besmet met hiv/aids. Maar weinigen willen dit probleem onder ogen zien.

‘Wij werken op het kruispunt van kastegeweld en gender-gerelateerd geweld’, zegt Asha Kowtal, de 41-jarige secretaris-generaal van vrouwenplatform All India Dalit Mahila Adhikar Manch (Aidmam). ‘Er bestaat een duidelijke link tussen de twee. Het vrouwelijk lichaam wordt gebruikt om het kastesysteem voort te zetten. Wanneer er bijvoorbeeld binnen een plattelandsgemeenschap een probleem is met water of grond zie je vaak dat de dominante kaste geweld en wraak toepast op vrouwen van de lage kaste als machts- en pressiemiddel. Wij zijn altijd het eerste en laatste slachtoffer.’ Kowtal voert een dubbele strijd. Als onderdeel van de allerlaagste kaste in India, de Dalit, staat ze helemaal onder aan de maatschappelijke ladder. Als vrouw bungelt ze daar nog verder onder. Wereldwijd behoren zo’n tweehonderd miljoen mensen tot de Dalit. De meesten leven in India, maar Dalit komen overal voor op het Aziatische subcontinent en in de westerse diaspora.

‘De ellendigste plek ter wereld voor meisjes’, wordt India door Lloyd-Roberts in haar boek genoemd. Ze schrijft uitgebreid over de afschuwelijke kindbruid-cultuur, waarbij meisjes niet zelden op zesjarige leeftijd worden uitgehuwelijkt. Kindhuwelijken zijn in India sinds 1929 bij wet verboden, maar in het 1,2 miljard inwoners tellende land is de praktijk nog springlevend. Dalit-meisjes zijn vaak slachtoffer van gedwongen uithuwelijking. ‘De grondwet is niet opgewassen tegen de diepgewortelde opvattingen en discriminatie binnen de samenleving. Als vrouwen worstelen we met het patriarchaat en gender-gerelateerd geweld boven op de achterstandspositie door onze kaste’, vertelt Kowtal mij op een late maandagavond in een besloten conferentieruimte in het Manor Hotel in Amsterdam. Het waren (en zijn) de Dalit-vrouwen die massaal slachtoffer werden van de groepsverkrachtingen die het nieuws uit India de afgelopen jaren domineerden.

Kowtal spreekt eloquent, haar haren zijn netjes bij elkaar gebonden. Haar neusring glimt in het kunstlicht. Op zeker moment gooit ze haar lange haren los en begint ze met een hand te kammen. ‘De Dalit-vrouwen worden het meest geschonden en het meest het zwijgen opgelegd’, zegt ze. ‘Wanneer we ons over seksueel geweld uitspreken, of over welk gebrek aan rechten ook, worden we direct aangevallen en in een onderdanige positie geduwd.’ Haar organisatie opereert in vijf staten in Noord-India en ondersteunt Dalit-bewegingen in Pakistan, Nepal, Bangladesh en Sri Lanka. Ook geeft de organisatie juridische ondersteuning en training en documenteert ze de vele mensenrechtenschendingen die tegen Dalit-vrouwen worden begaan.

Traditie is de moeder van alle kwaad. Op de vraag aan een van de vaders, die zijn kind op vijfjarige leeftijd uithuwelijkt, volgt als antwoord niets anders dan een schouderophalen en dat ene woord ‘traditie’. Lloyd-Roberts maakt zich er ongekend boos over. ‘Ik wil het op een krijsen zetten als ik hem het woord “traditie’ hoor aanvoeren als uitleg. Hoeveel misdaden worden er over de hele wereld tegen vrouwen gepleegd uit naam van de traditie? De mensheid raakt steeds beter geïnformeerd, geglobaliseerd, en meer onderlegd, zou je denken, dus waarom blijven mensen maar verwijzen naar achterhaalde en onverklaarbare tradities die spotten met het gezond verstand, en zelfs met de wet?’ schrijft ze in haar boek.

‘De overheid laat het in de meeste gevallen afweten’, zegt Asha Kowtal, ‘of is juist een belangrijke actor in het geweld. India is de grootste democratie in de wereld, zoals ze zeggen. Maar het hele concept van India moet opnieuw worden uitgedacht. India kent vele India’s binnen India, bij elkaar gebonden door één grondwet en een dominante kaste. Dit land is sinds mensenheugenis in handen van de dominante kaste, die de elite, de politiek, de academische wereld, media en zakenwereld vormt. Dus vanuit ons perspectief herdefiniëren we het concept van natie, staat en eenheid telkens opnieuw en zoeken we voortdurend naar nieuwe vormen om onze stem hoorbaar te maken.’

Daarin is het soms moeilijk medestanders vinden. ‘De feministische beweging in India werd altijd geleid door de elitaire, stedelijke, dominante kaste, die het kastesysteem nooit als een issue wilde behandelen en onze problemen niet wilde erkennen omdat zij ook veel te verliezen had bij een doorbraak van het systeem. Het kastesysteem brengt twee dingen: privilege en pijn. Wij zijn degenen die de pijn voelen. Ik heb veel feministische vriendinnen die dat niet begrijpen of willen erkennen.’

‘In Europa bestaat de sterke assumptie dat problemen als aanranding of verkrachting “hier” niet voorkomen’

Ondertussen neemt echter ook in India de vrouw langzaam de publieke ruimte over. Oververtegenwoordigd op scholen en universiteiten en harder werkend dan hun mannelijke leeftijdgenoten, groeit de rol van vrouwen in de politiek en samenleving. Inmiddels raakte het hindoe-extremisme in zwang en maakte het land een politieke ruk naar rechts. Nationalisme en militarisme groeien met de dag. En dan zijn er de grote bedrijven met hun eigen belangen. Geen daarvan is gebaat bij emancipatie van vrouwen, Dalit, of een combinatie van beide. ‘Nu rechts het nieuwe midden is, zien we veel systematische veranderingen. Ngo’s krijgen niet of nauwelijks financiële ondersteuning, de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt, schrijvers en acteurs worden publiekelijk aangevallen en bedreigd, studenten worden op universiteiten aangevallen door rechtse studentengroepen, boeren worden slachtoffer van landvetes en confiscatie.’ Kowtal somt de vele problemen op: straffeloosheid, hardhandig overheidsoptreden, het zwijgen opleggen aan dissidente stemmen, inperking van de kunst-scene, het lijkt alsof ze het over Egypte heeft.

De media spelen daarbij een opvallende rol. ‘Vier jaar geleden ben ik gestopt met het lezen van de kranten en het kijken van het nieuws op tv’, zegt Sondos Shabayek, een Egyptische activiste en hoofd van het BuSSy-project, dat theater gebruikt als medicijn tegen maatschappelijke malaise. De 31-jarige Shabayek was ooit zelf journalist en kwam in 2007 met het BuSSy-project in aanraking dat in 2006 in Egypte van start ging. ‘Ik heb mijn vertrouwen in de media compleet verloren. Ik geloof niet in onafhankelijke media. Misschien zijn er een paar pogingen in het buitenland, maar die zijn er zeker niet in Egypte. De neutraliteit van de media wordt overal ter wereld in gevaar gebracht. Nieuwszenders en kranten worden gecontroleerd door zakenmannen die ieder hun eigen agenda hebben. Ik was tijdens de verschillende volksopstanden op straat en heb gezien hoe de media opereren. Het heeft mij de ogen geopend. Media zijn veranderd in puur entertainment. “Geef het volk brood en spelen.” De Romeinen zijn terug van weggeweest. Het politieke systeem is er wereldwijd in geslaagd media te creëren die erg in zichzelf gekeerd zijn en door zichzelf geobsedeerd.’

BuSSy – letterlijk ‘kijk (naar) mij’ – organiseert workshops in achterstandswijken in Caïro en in plattelandsgebieden in de Nijldelta en Opper-Egypte. Het richt zich primair op vrouwen, maar organiseert ook gemengde bijeenkomsten. Wanneer er met gemarginaliseerde groepen wordt gewerkt, zoals Koptische christenen, levert dat spanningen op. ‘In plaatsen als Assioet speelt religie altijd een rol. Een deelnemer is óf christen óf moslim. Er zit niets tussenin. Wanneer je beide religieuze groepen bij elkaar krijgt, gebeurt er iets. Zo vertelden verschillende christelijke meiden hoe ze door islamitische jongens op straat werden aangerand en met de hand verkracht. De islamitische deelnemers schrokken enorm. Ze hadden geen idee hoe de dagelijkse werkelijkheid van jonge christelijke vrouwen in dit soort gebieden eruitziet.’

Het BuSSy-project is oorspronkelijk geïnspireerd op het theaterstuk De vagina-monologen van de Amerikaanse activiste Eve Ensler. ‘Maar dit kan ik alleen zeggen in buitenlandse media’, zegt Shabayek snel. ‘We wilden een ruimte creëren waar vrouwen vrijelijk over hun problemen kunnen praten. Maar we hebben nooit een Vagina-monoloog uitgevoerd. Als je niet eens kunt spreken over verbale verkrachting, is de kans groot dat je het niet over je vagina wil hebben. Maar de vraag is ook of dat nodig is. Ik zou zelf niet De vagina-monologen in Caïro willen opvoeren. Het is beperkend in de zin dat alles om het geslacht draait en niet om het persoonlijke verhaal. Sommige onderwerpen die onze deelnemers bespreken zijn overigens een stuk gewaagder dan een Vagina-monoloog. Een vrouw die over haar verkrachting vertelt bijvoorbeeld. Of een meisje dat praat over haar besnijdenis.’

Ze legt uit: ‘Ons idee is om vrouwen een veilige plek te geven, hun verhaal te laten delen en vervolgens de gender-grens te doorbreken. De helende werking is ongekend. Het vergroot het zelfbewustzijn. Zo was er een meisje dat verhaalde hoe ze stelselmatig door haar broer in elkaar werd geslagen. We gaven geen mening, oplossing of advies. Dit verhaal was haar eigen weg. Op een dag kwam ze naar ons toe en zei: “Ik heb mijn spullen gepakt, ben vertrokken en keer niet naar huis terug voor er iets verandert.” Dit is het proces dat vanzelf plaatsvindt wanneer er niet langer gezwegen wordt en mensen hun eigen verhaal onder ogen zien.’

Kunst is vaak de eerste pijler van culturele ontwikkeling en zelfexpressie die door rechts-conservatieve, nationalistische of autoritaire regimes wordt ingeperkt. Afgedaan als linkse hobby, goddeloze bezigheid of westers tijdverdrijf, staat de kunstsector in steeds meer landen onder druk. ‘Door de nieuwe ngo-wetgeving die iedere vorm van buitenlandse steun verbiedt zullen we allemaal in de bak belanden’, zegt Shabayek. ‘Maar er zijn geen nationale of lokale fondsen. De overheid maakt geen geld vrij voor kunst en cultuur. Logisch, onze sector is een bedreiging voor hen. Het is politiek.’

Ik vraag haar hoe het leven onder al-Sisi haar afgaat.

‘O mijn God, yalohwy! Waar moet ik beginnen?’ Wie tegengewerkt wordt, moet innovatief zijn. Soms duiken organisaties ondergronds. En dan zijn er de nieuwe allianties die ontstaan, zoals ook te zien was bij de vrouwenmars in Washington, waarbij feministische organisaties, de LGBTQ-gemeenschap, de milieubeweging, islamitische belangengroepen en de burgerrechtenbeweging samen optrokken tegen Trump. Asha Kowtal beschreef dergelijke lokale ontwikkelingen in India. Shabayek zou graag eenzelfde alliantie willen aangaan in Egypte, maar dat is in het huidige politiek-maatschappelijke klimaat haast onmogelijk. ‘We zien de grootste aanval op de LGBTQ-gemeenschap tot dusver. Wij kunnen op geen enkele manier met LGBTQ-groepen samenwerken zonder het hele project in gevaar te brengen. De overheid heeft de burgermaatschappij volledig in haar greep, ze heeft alle ontmoetingsplekken in het centrum van de stad “opgeschoond”, theaters gesloten, de censuurregels aangescherpt. Ik dien nooit ons werk in bij de censuurcommissie, maar daarmee breng ik de locaties waar we optreden in gevaar. De politie is al eens binnengevallen omdat een vrouw op het podium haar hoofddoek af wierp en iemand van het publiek ons toen aangaf met het verhaal dat er op het podium gestript zou worden.’

Soms schuilt het grootste gevaar in je eigen publiek, verzucht ze. ‘We vechten tegen de overheid, maar we vechten ook tegen de overheid die binnen ons volk leeft, de starre ideeën en sociale controle.’

Sondos Shabayek gaat verzitten en trekt een opvallende parallel. ‘Hoe kan het dat er in Amerika tieners van vijftien of zestien jaar oud zijn die niet kunnen lezen of schrijven? Laten we eerlijk zijn: Trump is aan de macht gekomen doordat er een hele hoop Trumps tussen de Amerikaanse bevolking zitten. Trump exploiteert de angst voor terrorisme. Al-Sisi doet exact hetzelfde. In de strijd tegen terrorisme wordt er gestreden tegen activisten, kunstenaars en de LGBTQ-gemeenschap omdat zij zich niet aan autoriteit onderwerpen. Uiteindelijk zijn zij daarmee een groter gevaar voor de staat dan terroristen.’

Het wordt tijd dat het Westen ook zelf in de spiegel kijkt, meent de Egyptische: ‘We hebben in verschillende Europese landen opgetreden, zoals Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Zweden. Ik zal nooit vergeten hoe na een optreden in Parijs een vrouw op me af kwam die vertelde dat ze op straat wordt aangerand, maar zich daar niet over durfde uitspreken omdat ze niets dan felle, ontkennende en boze reacties kreeg, zelfs van haar vriendinnen. Ze woont immers in het vrije Westen waar zoiets niet gebeurt. Vrouwen hebben hier hun rechten, dus houd op met zeuren, zo lijkt de mantra in de westerse wereld. Hier in Egypte gaat niemand ervan uit dat vrouwen dezelfde rechten hebben. Dit maakt het makkelijker om hun positie te bespreken. In Europa bestaat de sterke assumptie dat problemen als aanranding of verkrachting “hier” niet voorkomen of een Arabisch importproduct zijn. Dit maakt het veel moeilijker om onderdrukking en geweld bespreekbaar te maken.’

Ze vervolgt: ‘Ik heb een heel grote les geleerd op het Tahrirplein. De mensen die de frontlinie vormden, waren de armen, omdat die niets te verliezen hadden. Hetzelfde geldt voor het Midden-Oosten versus het Westen. Voor Europa staat er meer op het spel, omdat de bevolking altijd alle rechten heeft gehad en veel privileges kent. Het idee van volledige vrijheid is in de collectieve psyche geïnternaliseerd. “Ik ben gelijk.” “Ik heb dezelfde rechten.” Tot je op een dag in een gewelddadige relatie wakker wordt en het je aan woorden of middelen ontbreekt om erover te praten. Dan blijkt die vrijheid toch niet zo vrij of gelijk.’

Want to know more about how shrinking space for civil society is affecting feminist activism? And curious how organisations are responding to these challenges? Find more stories, analysis and recommendations from activists on the ground in the full report, Standing Firm: women- and trans- led groups respond to closing space for civil society.

Deel dit artikel